Wortels optellen

Je hebt geleerd dat je 2a+3a korter kunt schrijven als 5a. Dat mag, omdat het om dezelfde letter gaat. Zo weet je ook dat je bij 2a+3b op moet schrijven ‘kan niet korter’, want dit zijn juist niet dezelfde letters.

Bij wortels werkt het precies zo.

2√5 + 3√5 = 5√5

en

2√5 + 3√7 kan niet korter, want het zijn twee verschillende wortels

Wat voor plus geldt, geldt ook voor min. Dus:

18√3 – 2√3 = 16√3

Advertenties

Rekenvolgorde

Wanneer er meerdere berekeningen in 1 staan, bijvoorbeeld 3×2+6-8:4=, volg je de regels voor rekenvolgorde:

Als eerste bereken je wat tussen haakjes staat
Als tweede vermenigvuldigen en/of delen IN DE VOLGORDE WAARIN HET STAAT
Tenslotte optellen en/of aftrekken IN DE VOLGORDE WAARIN HET STAAT.

Wanneer je iets hebt uitgerekend, schrijf je op die plaats de uitkomst. De rest van de berekening neem je gewoon over.

We werken de opgave van hierboven uit.

3 x 2 + 6 – 8 : 4 =
Er zijn geen haakjes, op naar de volgende.
Dat is x en : IN DE VOLGORDE WAARIN HET STAAT.
Nu zien we eerst x, dus doen eerst x. Het wordt dan
6 + 6 – 8 : 4 =
Vervolgens delen.
6 + 6 – 2 =
Nu + en – IN DE VOLGORDE WAARIN HET STAAT. + staat vóór -, dus we rekenen eerst + uit.
12 – 2 = 10